|
We gaan iets nieuws doen!

James Naismith (1861-1939) "We gaan iets nieuws doen!" Meer dan 100 jaar voordat een KNVB-bobo halverwege de jaren 90 deze beruchte woorden uitsprak op een persconferentie, moeten ruim 100 jaar daarvóór zo ongeveer ook de woorden hebben geklonken van James Naismith, de uitvinder van het basketbal. Naismith, Canadees van geboorte uit Schotse ouders, was als sportleraar aangesteld op de YMCA Training School in Springfield, Massachusetts, een school waar studenten zélf werden opgeleid tot sportleraar. Omdat veel sporten buiten werden beoefend, zag de directeur van de school, Dr. Luther Gulick, dat zijn studenten zich tijdens de lange winters in Massachusetts behoorlijk aan het vervelen waren en hij gaf Naismith de opdracht om een nieuwe sport te ontwikkelen die de studenten indoor konden beoefenen. Na een mislukte poging om voetbal, lacrosse en American Football te combineren tot één sport, deed hij iets bijzonders: hij vond een totaal nieuwe sport uit. Veel (tegenwoordige) sporten zijn allemaal voortgekomen uit bestaande sporten; het hockey kwam voort uit lacrosse, American Football uit rugby en honkbal uit het Engelse "Rounders", maar Naismith bedacht iets nieuws. Na lang wikken en wegen kwam hij in december 1891 op de proppen met een zaalsport, die hij wilde uittesten op de meest verveelde klas van zijn school. Hij combineerde enkele elementen van voetbal en lacrosse met een spel dat hij in zijn jeugd in Canada veel speelde: Duck on a Rock. Om Duck on a Rock te winnen, moest een speler een doel raken dat bovenop een grote kei was geplaatst. Daarvoor gebruikten ze kleinere stenen en degene die het doel op de kei raakte, was winnaar van dit merkwaardige spel. Aangezien het gooien met stenen toch wat problematisch was in een gymzaal, moest Naismith iets anders verzinnen.
William Chase, de eerste topscoorder

Het eerste basketbalveld ter wereld: een unieke foto uit de jaren 90 van de 19de eeuw van de orginele gymzaal waar Naismith het basketballen uitvond. Let vooral op de perenmand! Hij hing aan weerszijden van de gymzaal een perenmand op, drukte 18 studenten, verdeeld over twee ploegen van negen man, een zware, leren voetbal in de handen en gaf ze de opdracht om de bal naar elkaar over te gooien en zonder te lopen, te proberen om deze bal in de mand van de tegenstander te gooien. Deze eerste basketbal-wedstrijd in de geschiedenis eindigde in 1-0 door een afstandsschot van ene William Chase... Toch een wat andere uitslag dan bij de tegenwoordige wedstrijden!
Deze lage score had echter helemaal geen negatieve invloed op de spelers. De sport sloeg onmiddellijk aan bij de verveelde studenten, die het steeds vaker begonnen te spelen en ook steeds vaker en meer begonnen te scoren. Hun enthousiasme werd echter bepaald niet gedeeld door de conciërge van de school, want deze moest na elk doelpunt een ladder tegen de perenmand aanzetten om te bal er weer uit te vissen. In januari van het jaar daarop, typte Naismith dertien spelregels uit op twee velletjes papier en prikte deze regels op het schoolbord.
De beide orginele blaadjes waarop ze destijds getypt werden, zijn in 2006 bij toeval op de rommelzolder ontdekt door de kleindochter van Naismith. De eerste spelregels werden uiteraard in al die jaren doorgegeven door Naismith's ex-leerlingen en verrassend genoeg is de strekking ervan nog steeds de basis van de huidige basketbal-spelregels. Zijn studenten waren zó enthousiast over het spel, dat ze het nieuwe spel in eerste instantie "Naismith Ball" wilden noemen om hun leraar hiermee te eren. Daar wilde de immer bescheiden Naismith echter niets van horen. Hij gaf zijn leerlingen de opdracht met een nieuwe naam te komen. Die kwamen met de meest exotische namen op de proppen, maar één ervan hield het simpel en gaf het onder tevreden goedkeuring van Naismith de naam "basket ball" (inderdaad: toen nog geschreven met twee woorden).
Het spel slaat aan, ook internationaal

Zwaar en van leer: 'n basketbal uit 1910 Als je wilt dat een sport aanslaat, moet je er ook ambassadeurs voor hebben en die had Naismith meer dan genoeg. De studenten in die befaamde eerste klas die het spel speelden, waren allemaal toekomstige sportleraren en na hun examen vlogen ze allemaal uit, de wijde wereld in. Ze namen het spel mee naar de buurten en scholen waar ze zelf woonden en werkten. Vaak kwamen ze op scholen terecht, waarin ook toekomstige sportleraren zaten en ook die verspreiden de steeds populairder wordende sport door heel Amerika. Als een olievlek begon het spel zijn reis door het land, vertraagd door de tijd, maar versneld door het aanstekelijke enthousiasme dat de predikers van het spel tentoonspreidden. In die allereerste klas zaten, naast Amerikaanse jongens, ook studenten uit Canada en Japan en na verloop van tijd kwam de nieuwe sport ook daar terecht. Omdat die eerste klas leerlingen zaten die ook tot sportleraar werden opgeleidTwee maanden na die eerste, historische wedstrijd, kwamen twee teams van twee sportscholen tesamen om de eerste wedstrijd tussen colleges te spelen. De Central YMCA en de Armory Hill YMCA speelden met 2-2 gelijk; het officiële college-basketbal had hiermee het levenslicht gezien.
Bemoeizucht en veranderende attributen

Nog een lange weg naar Air Jordans: 'n paar basketbalschoenen rond 1900 Al in 1896 werden houten, vierkante borden achter de manden geplaatst, omdat sommige fans, die zich vaak op het balkon achter de mand van hun favoriete team bevonden, zich nogal eens met het spel bemoeiden en de bal er vanaf die positie nog weleens illegaal in wilden duwen als een schot mis dreigde te gaan, of juist het tegenovergestelde wilden bereiken als een schot erin dreigde te gaan en met een zetje de bal eruit wipten. Ook de klimmende en na verloop van tijd wel erg vermoeide concierge had na enkele jaren z'n langste tijd gehad, want om elke keer die ladder op te klimmen, kwam zijn conditie wél, maar de snelheid van het spel nou weer niet ten goede. Allereerst werden die lastige perenmanden vervangen door open, ijzeren ringen, een hele verbetering. Die ringen echter, hadden weer het nadeel dat een scheidrechter lang niet altijd kon zien of er daadwerkelijk werd gescoord en dus bedacht men het idee, om aan die ring een ijzeren net te hangen, die de snelheid van een gescoorde en door de ring dalende bal verminderde, zodat iedereen goed zicht had op een gescoord punt en daar geen ellenlange discussies meer over konden ontstaan. Deze regels zorgden voor veel meer snelheid in de sport en maakten het alleen nog maar populaider. In 1930 werd de regel veranderd dat na elke goal en zelfs na elke uitbal een sprongbal werd gegeven, dit mochten de teams voortaan zélf bepalen en in 1936 werd deze regel definitief afgeschaft. Dit maakte het spel nóg weer sneller en nóg attractiever voor zowel spelers als toeschouwers.
De intrede van de dames

Senda Berenson (1868-1954) Ook vrouwen begonnen zich al snel in deze nieuwe markt te roeren. Senda Berenson Abbott, een geëmigreerde en zeer kordate tante uit Litouwen, was sportlerares op het Smith College in Northampton, Massachusetts. Op een dag las ze iets over de nieuwe sport "basket ball" in een lokale krant en raakte onmiddellijk gefasineerd door het spel. Ze besloot James Naismith te bezoeken om meer van het spel te leren en haar fascinatie sloeg om in enthousiasme. Naismith zélf was net zo enthousiast over Senda Berenson's belangstelling. Geheel tegen de opvatting van die tijd, vond hij dat ook vrouwen het recht hadden dit spel te beoefenen en het aanstekelijke enthousiasme van beiden, zorgde ervoor dat het "basket ball" al snel z'n weg naar de (vrouwelijke) leerlingen van Berenson maakte. Berenson introduceerde de sport voor het eerst begin 1893 aan haar vrouwelijke leerlingen van het Smith College. Voor de jaarlijkse sportwedstrijd tussen eerste- en tweede-klassers organiseerde zij een op 21 maart 1893 een basketbal-wedstrijd, die door maar liefst 1000 enthousiast met vlaggen zwaaiende vrouwelijke leerlingen werd bijgewoond. De tweede-klassers wonnen deze wedstrijd met 13-7 en de Sunday Boston Globe deed destijds uitgebreid verslag van deze wedstrijd. Berenson paste de regels wel aan voor vrouwen, regels die in latere jaren zelfs zodanig werden uitgebreid, dat er dameswedstrijden werden gespeeld door teams die tussen de zes en negen speelsters hadden met elf (11!) scheidsrechters. Deze regels werden na verloop van tijd echter weer aangepast en meer en meer begonnen de dames onder dezelfde regels als de heren te spelen.
 Unieke foto uit 1903: Sara Berenson verzorgt de tip-off bij een basketbalwedstrijd tussen twee meisjesteams. Over de outfits van de dames op deze foto zullen we maar zwijgen; de heren zagen er toen niet veel beter uit... Let vooral op de basket met ijzeren net dat toen al werd gebruikt in plaats van de perenmanden.
Ook de regels veranderen

Hoezo ruw? Kniebeschermers uit 1910 Ondanks dat Naismith de sport oorspronkelijk had bedoeld als een niet-contact sport, waarin de finesse van een speler belangrijker was dan brute kracht, was niet iedereen even gelukkig met basketbal als sport. In die eerste dagen was er namelijk geen limiet op het aantal spelers van een team, zolang er aan beide kanten maar evenveel personen waren. Hierdoor kon het nogal druk in zo'n gymzaal worden, zó druk, dat sommige wedstrijden meer op rugby dan op basketball leken. Dit was één van de redenen waarom sommige scholen de sport dan ook verboden. Zo gek was dat trouwens niet: van sommige wedstrijden is bekend dat er totaal 50 spelers in het veld stonden! In 1900 werd, mede op aandringen van James Naismith, bepaald dat er maar vijf spelers in één team mochten meedoen. Toch was het verbod op basketbal door sommige scholen de aanzet tot een vorm van professioneel basketbal. In 1896 was er een team in Trenton, New Jersey, dat geen toestemming van de lokale school kreeg om daar te spelen. Ze besloten daarop om een lokale muziekhal af te huren, manden op te hangen, toegangsprijzen te heffen en de inkomsten onderling te verdelen. Na afloop kon elke speler $15 ophalen, terwijl de beide aanvoerders maar liefst $16 kregen. Niemand die toen kennelijk nog van een salarisplafond had gehoord...
Barnstorming
 Deze voor die tijd echter grote bedragen, smaakten naar meer en in 1898 werd met de eerste profcompetitie gestart. Vele, vaak exostische competities zouden in de 50 jaar daarna komen en gaan met daarin spelers die vaak ook nog eens voor meedere teams tegelijk uitkwamen, afhankelijk van welk team hen het meest betaalde. In de meeste gevallen werden wedstrijden destijds op legerbases of in rokerige danszalen gespeeld. Ook was het heel gewoon vér over de 100 wedstrijden per jaar te spelen en van sommige teams is bekend dat ze wel 200 wedstrijden gedurende 'n jaar door heel Amerika competitiewedstrijden speelden. Deze competities, waarbij teams door heel Amerika trokken om tegen andere, lokale teams te spelen, het zogenaamde 'barnstorming', hadden sommige opmerkelijke teams in hun league. Zo waren er de Buffalo Germans, die maar liefst 111 wedstrijden achtereen wonnen, of de Troy Trojans, die in 1915 zomaar even 35 wedstrijden onafgebroken wonnen en en passant de bounce pass uitvonden. Ook waren er de befaamde New York Renaissance Five ("The Rens"), een team dat alleen uit zwarten bestond en in 1939 de eerste wereldkampioen in het professioneel basketballen werd, na een serie van 112 maal winst en slechts zeven verliespartijen. De Harlem Globetrotters, toen nog geen showteam en een team dat oorspronkelijk niet uit New York, maar uit Chicago kwam, wonnen dit toernooi 'n jaar later in 1940, nadat er 101 wedstrijden werden gewonnen. En wat te denken van de Original Celtics? Het eerste team dat zijn spelers contracten liet afsluiten, die hen dus exclusief aan het team bonden. Ook waren de Original Celtics het eerste team dat man-to-man en zone-verdediging tijdens wedstrijden afwisselde en het team waarin voor het eerst spelers pivoteerden.
March Madness op de universiteiten
 Zoals eerder gezegd vormden Amerikaanse universiteiten al snel na de introductie van basketbal eigen schoolteams die tegen andere colleges speelden. In 1937 werd in New York een nationaal toernooi tussen meerdere universiteiten georganiseerd met als doel deze wedstrijden meer te centraliseren en als uiteindelijk doel een nationale kampioen van alle deelnemende universiteiten te kunnen aanwijzen. Dit eerste "National Invitation Tournament" werd in 1938 gehouden in Madison Square Garden. Temple University werd de allereerste, nationale universiteitskampioen in de Amerikaanse college-basketbalgeschiedenis. In aansluiting hierop begonnen de universiteits-coaches een jaar later, in 1939, hun eigen toernooi te organiseren. Dit initiatief werd overgenomen door de NCAA en groeide daarna uit tot wat we tegenwoordig kennen als "March Madness", één van de belangrijkste sportgebeurtenissen in de Verenigde Staten. De vrouwen waren in dat opzicht al een stuk verder dan de mannen, want al in 1925 waren er georganiseerde competities tussen meisjes van highschools en universiteiten. Ook speelden legendarische damesteams als de Golden Cyclones en de All American Red Heads Team tegen mannelijke teams, echter wel met de spelregels die voor het mannenbasketbal golden. De dames hadden in die tijd een populaire versie van het basketbal, genaamd basquette. Basquette werd gespeeld met teams bestaande uit zes speelsters: drie forwards en drie guards. De regels waren zeer afwijkend van het mannenbasketbal; zo mochten alleen de forwards op de basket schieten en moesten guards op hun eigen speelhelft blijven en de forwards op de andere helft (die van de tegenstander). Dribbelen was maar beperkt toegestaan: na tweemaal stuiteren moest er gepasst of geschoten worden. Hoe populair basquette was, blijkt wel uit het feit dat hoewel alle vrouwelijke basketbalcompetities tegenwoordig met de mannelijke spelregels spelen, het nog tot 1993 (Iowa) en zelfs 1995 (Oklahoma) duurde, voordat op scholen de basquette-spelregels werden ingewisseld voor de mannelijke spelregels.
De geboorte van de NBA
Ook in 1937 en één jaar nadat basketball een officiële sport op de Olympische Spelen werd, vormden drie grote Amerikaanse bedrijven (Goodyear, Firestone en General Electric) een eigen, nationale competitie, de National Basketball League (NBL), bestaande uit bedrijfsteams en onafhankelijke, niet-bedrijfsgebonden ploegen. De meeste teams kwamen niettemin uit het midwesten van de Verenigde Staten en in een poging om tot een échte, nationale competitie te komen, werd in 1946 de Basketball Association of America (BAA) opgericht. In 1949 hield de NBL op te bestaan en ging over naar de BAA, waarna de nieuwe naam National Basketball Association aan de competitie werd gegeven. De NBA was geboren en zou de belangrijkste basketbal-profcompetitie ter wereld worden (en is dat nog steeds). De allereerste NBA wedstrijd was die tussen de Toronto Huskies en de New York Knickerbockers, op 1 november 1946.
Alle 13 (nog steeds) goed
Dankzij James Naismith en mede dankzij die eerste mannelijke (én vrouwelijke!) pioniers is basketbal tegenwoordig een wereldwijde en erg populaire sport geworden, die door een geschat aantal van maar liefst 450 miljoen mensen in enige vorm wordt beoefend onder auspicien van -op dit moment- 212 nationale basketbalbonden. Hoewel hier en daar nogal aangepast, hanteren deze bonden nog altijd die orginele 13 spelregels van Naismith:
1. De bal mag met één of twee handen in elke richting gegooid worden.
Nu: de bal mag nog steeds met één of twee handen in welke richting dan ook gegooid worden.
2. De bal mag met één of twee handen in elke richting geslagen worden, maar niet met de vuist.
Nu: ook nu mag de bal nog steeds (uit de hand van een speler) geslagen worden of onderschept worden tijdens een schot.
3. Een speler mag niet met de bal rennen. De speler moet de bal gooien vanaf de plek waar hij de bal heeft gevangen. Toegestaan is om de bal te vangen terwijl hij rent en een serieuze poging gedaan wordt te stoppen met rennen.
Nu: een speler mag nog steeds niet rennen met de bal, tenzij gedribbeld of gepasst wordt.
4. De bal moet vastgehouden worden met beide handen. De armen of het lichaam mogen niet gebruikt worden om de bal vast te houden.
Nu: om de bal vast te houden, mogen tegenwoordig ook de armen worden gebruikt.
5. Schouderduwen, vasthouden, wegduwen of slaan van een tegenstander is niet toegestaan. De eerste overtreding daarvan wordt beschouwd als een fout. Bij de tweede overtreding wordt de speler weggestuurd totdat een punt is gemaakt of, als de overtreding opzettelijk is, uitgesloten van verdere deelname aan het spel. Vervangingen zijn niet toegestaan.
Nu: ook deze regel geldt vandaag de dag nog steeds, hoewel in dergelijke gevallen geen punt aan de tegenstander wordt toegekend, maar één of twee vrije worpen.
6. Het slaan van de bal met de vuist wordt beschouwd als een fout.
Nu: deze regel geldt nog steeds: de bal met de vuist slaan wordt nog steeds gezien als een vorm van aggressief en niet-bij-het-spel-horend gedrag en daarom bestraft met een technische fout. Spelers zijn tegenwoordig echter zeer creatief met passen, zoals achter de rug om, passen met de borst en zelfs met de elleboog komen voor en worden niet meer bestraft.
7. Als een team drie opeenvolgende fouten maakt, krijgt de tegenstander één punt toegekend.
Nu: deze regel geldt ook niet meer; wel wordt er na 5 fouten van de tegenstander binnen één kwart, bij elke volgende fout twee vrije worpen aan de andere partij toegekend.
8. Als de bal in de mand wordt gegooid of geslagen en daar in blijft liggen, telt dit voor één punt. Als de tegenstander de mand wegtrekt wordt dit als één punt voor de aanvallende partij geteld.
Nu: in zekere zin bestaat deze regel nog steeds, hoewel de bal nu door een ring met net wordt gegooid en daar nooit in kan blijven liggen en de tegenstander de basket zelf niet zomaar even weg kan trekken. Ook het aanraken van de ring is nog steeds verboden als de bal een neerwaartse lijn ingezet heeft. Dit noemt men nu 'goal-tending'.
9. Als de bal buiten de lijnen komt, mag deze worden ingegooid door de eerste speler die de bal aanraakt. Hij mag de bal vijf seconden vasthouden, zonder gestoord te worden door een tegenstander, doet hij daar langer over, gaat de bal naar de tegenstander. Als niet duidelijk is wie de bal het eerst aanraakt nadat de bal is uitgegaan, gooit de hulp-scheidsrechter de bal in. Als een team expres tijdrekt, telt dit als een fout.
Nu: ook hier geldt, dat deze regel deels nog steeds bestaat: nog steeds heeft iemand 5 seconden om de bal in te gooien, alvorens de bal naar de andere partij gaat. Wat wel veranderd is dat een uitbal voor team-A is bestemd, als een speler van team-B deze voor het laatst heeft aangeraakt; scheidsrechters gooien uiteraard geen bal meer in.
10. De hulp-scheidsrechter beslist over persoonlijke fouten en waarschuwt de hoofd-scheidsrechter als er drie opeenvolgende fouten zijn gemaakt. De hulp-scheidsrechter mag spelers uit het veld sturen als Regel 5 wordt overtreden.
Nu: nog steeds lopen er twee (of drie in de NBA) scheidsrechters rond. Hoewel er officieel nog steeds 'n hoofdscheidsrechter is, zijn de bevoegdheden van alle scheidsrechters tegenwoordig gelijk. Het gebeurt zelden dat een hoofdscheidsrechter een call van de ander zal overrulen
11. De hoofd-scheidsrechter beslist over spelfouten, Hij beslist wanneer een bal uit is, voor welk team de bal is en houdt de scores en de tijd bij.
Nu: spelfouten zijn nog steeds het domein van de scheidsrechters, maar het bijhouden van tijd, scores, fouten, punten en vervangers wordt gedaan door een jury-tafel, bestaande uit iemand die de scores, fouten en punten bijhoudt en iemand die de klok en de vervangers bijhoudt.
12. De speeltijd bedraagt twee keer 15 minuten met 5 minuten rust daartussen.
Nu: deze regel bestaat niet meer in deze exacte vorm. Er zijn nu vier kwarten van elk een bepaald aantal minuten, varierend van 8 of 10 minuten bij de jeugd tot 12 minuten per kwart in de NBA (waar ook 'n kwartier rust is tussen kwart 2 en 3).
13. Het team dat na de officiële speeltijd de meeste punten heeft gemaakt, wordt tot winnaar uitgeroepen. Als het na de officiële speeltijd gelijk staat, kan er -als de aanvoerders van beide teams daarmee akkoord gaan- verlengd worden totdat er door een van beide teams een goal is gemaakt.
Nu: ook nu is de ploeg met de meeste punten de winnaar als de tijd voorbij is, maar verlengingen worden natuurlijk niet eerst even met de aanvoerders overlegd; die worden voor 5 minuten ingesteld, net zolang totdat een ploeg ná die vijf minuten één of meer punten dan de tegenstander heeft.
Hoogtepunten en aanpassingen
De belangrijkste veranderingen van het basketbal door de jaren heen zijn verder nog de volgende:
- 1896: de houten boarding wordt achter de ring geplaatst om al te fanatieke en partijdige toeschouwers te beletten de bal er na een misser alsnog in te gooien.
- 1906: ringen -en even later met open net eronder- worden standaard ingevoerd bij elke wedstrijd.
- 1900: er worden slechts vijf spelers per team toegestaan om rugby-achtige toestanden tijdens wedstrijden te voorkomen.
- 1908: een speler met vijf fouten wordt vanaf nu uit het spel gehaald.
- 1915: het dribbelen wordt officieel toegestaan.
- 1923: de aangewezen vrije worp-schutter wordt afgeschaft; de speler tegen wie de fout is gemaakt, mag voortaan de vrije worp zelf nemen.
- 1936: de sprongbal na elk punt en elke uitbal wordt officieel afgeschaft.
- 1944: de drie-seconden regel wordt in Amerika ingevoerd.
- 1950: Nat Clifton, Earl Llyod en Charles Cooper worden de eerste zwarte basketballers in de NBA.
- 1954: de NBA voert de 24-seconden schotklok in.
- 1966: ongelimiteerd dribbelen wordt vanaf dit jaar toegestaan in het dames-basketbal!
- 1971: vijf tegen vijf wordt nu ook de officiële standaard bij dames-wedstrijden!
- 1979: de driepunter wordt ingevoerd door de NBA.
- 1986: de driepunter wordt ingevoerd door de NCAA.
- 1988: de introductie in de NBA van een derde scheidsrechter is een feit.
29 januari 2008
Bronnen: Wikipedia.org, hoophall.com
Samenstelling en vertaling: Webmaster BV Hoofddorp
|